Dat kan mijn kind van vijf ook
Tijdens een kunstbeurs toonde ik voor het eerst de serie kleine schilderijen 'My 5 year old can do that'. Best spannend, want hoe zou erop gereageerd worden? Op deze ogenschijnlijk kinderlijke werkjes, maar waarin ik steeds een fotorealistisch element had geschilderd. Bij mijzelf hadden ze al tot menig lachbui geleid tijdens het maken, maar tegelijkertijd waren ze ontstaan vanuit een irritatie. Zoals wel vaker met kunst. De aanleiding was de bekende opmerking dat een 'kind van 5 dat ook wel zou kunnen', als een toeschouwer zijn of haar ongenoegen wil laten blijken over een speels kunstwerk. Soms abstract, meestal ogenschijnlijk eenvoudig. En in elk geval onbegrepen door de betreffende commentator. Die daar ook geen moeite voor wil doen en zichzelf boven het kunstwerk wil verheffen, maar daarmee juist blijk geeft van een erg beperkte en gesloten houding ten aanzien van kunst. Tot daar de irritatie - bedankt voor het aanhoren ;) - maar hier begon ook mijn vraagstelling die leidde tot deze vrolijke werkjes.
Want welke kwaliteiten waarderen we het meest in creativiteit? Het ontwikkelen van technische vaardigheden? Het niet verliezen van speelsheid? Naarmate we ouder worden leren we 'hoe het heurt'. We moeten diepgang krijgen, volwassenheid, wat dat dan ook inhoudt. En hoe waardevol die eigenschappen ook zijn, net zo waardevol blijft de puurheid en fantasierijkdom die we juist als kind ongehinderd hebben. Het gebalanceerd leren inzetten van het hele spectrum is misschien wel de beste manier van volwassen worden. Met ruimte om soms níet aan de regels te hoeven voldoen.
Met mijn serie 'My 5 year old can do that' prik ik in de verwachtingen van de kijker. En van de voorbijganger die deze vaak gebruikte woorden geërgerd mompelt bij kunst die simpel, kinderlijk is. (Vaak vooral na het zien van een prijskaartje). Woorden die voor mij gelijk staan aan het afwijzen van puurheid in creativiteit. Als volwassene moeten we iets wat aangeleerd is los (durven) laten om te kunnen creëren vanuit onbevangenheid. Ongevangenheid.... Vooral het oordelen.
Het valt nog niet mee om als volwassene een kindertekening of -schilderij te maken met de puurheid van die van de hand van een kind. Maar door er een fotorealistisch element in te schilderen geef ik blijk van toch enige technische schilderkennis, waarmee het totale werkje niet meer zomaar afgedaan kan worden met 'dat kan mijn kind van 5 ook'. (Al schoot het tijdens de introductie op de kunstbeurs wel zijn doel voorbij toen menig kijker dacht dat de realistische elementjes uit een tijdschrift geknipte foto's waren... 😬 ). Het samenspel van de twee roept op tot vragen. Waar kijk je naar? Wat vind je belangrijk in een kunstwerk? Wie is de maker?
De serie is daarmee ook een ode aan balans tussen kinderlijkheid en volwassenheid. Die samen voor iets nieuws kunnen zorgen, iets verrassends.
Met opzet verwijzen de titels van de schilderijtjes naar één van de elementen erin die een kind zou kiezen. En niet het fotorealistische onderdeel dat wij volwassenen onderscheidend en titelwaardig achten. En jij? Hoe zou je deze serie zonder deze toelichtende tekst beleefd hebben? Welke titel zou jij deze werken willen geven?