Elke kleinste keuze een richting in, kan op termijn veel grotere effecten in je koers hebben. En elke kleine stap opent deuren naar een aantal volgende stappen, die anders zouden zijn als je eerste kleine stap anders was geweest. Wat bepaalt welke eerste kleine stap je zet? Kies je die bewust? Op basis van rationele argumenten? Voors en tegens afwegend? Misschien wel wat anderen ervan zullen vinden? Of omdat het nú de makkelijkste keuze is (maar mogelijk met veel moeilijkere gevolgen een paar stappen verder onderweg…)? Of omdat je simpelweg je er niet bewust van bent dat er ook ándere opties zijn. Die misschien zelfs wel beter bij je passen.

Waarheen en waarom?
Dat geldt voor elke keuze die je dag in dag uit in je leven maakt. Bewust of onbewust. De meeste waarschijnlijk onbewust. Dan heet het routine. Gewoonte. Conditionering. En op basis van gewoonten kun je een heel leven vullen. Zonder ooit echt na te denken of al die microkeuzes wel leiden tot waar je wil zijn. Wie je wil zijn. Maar wel lekker veilig en vertrouwd, want je bent precies wat de wereld inmiddels van je verwacht te zien, jijzelf inbegrepen. En spannend dus als je eens voor de niet-verwachte keuze zou durven gaan. Bij wat dan ook. Een klein micro-stapje een andere richting in zou zetten dan iedereen wel voor je in zou kunnen vullen. Met alle voor jou ongebruikelijke vervolgmogelijkheden van dien. Eén graad van koers veranderen kan je immers soms op een ander continent doen belanden uiteindelijk. Dat maakt het best belangrijk – nogal – op basis waarván jij je dagelijkse microstapjes zet. Zou het niet mooi zijn als je keuzes maakt omdat die goed voelen, los van ‘hoe het hoort’? Omdat ze goed bij je passen? Ze je naar een plek brengen waar je wil zijn? En is het wel zo risicovol om je koers een tikje te wijzigen? Want vanuit veel plaatsen waar je dan uitkomt is er misschien ook best nog wel een weg terug naar waar je daarvoor was. Als je dat dan nog zou willen…

Mooie regels
Eigenlijk is het met intuïtief schilderen niet anders. Er zijn oneindig veel manieren om een schilderij te beginnen. Op basis van regels en verwachtingen. Perspectief bijvoorbeeld, of compositieleer, lichtval. Dat soort technische kwesties. Ga je abstract te werk, dan valt een heel stuk vertrouwd kader weg, nl. dat je schilderij op iets herkenbaars ‘moet’ lijken. Iets wat (deels) voorspelbaar is. De intuïtieve aanpak heeft een nóg minder vastomlijnd vertrekpunt. Maar er zijn nog steeds allerlei elementen aanwijsbaar in een abstract en/of intuïtief schilderij die maken dat veel mensen het mooi of interessant vinden. De principes van de zogenaamde gulden snede lijken daar op te wijzen. Onze natuur heeft ons kennelijk in sommige opzichten universele gevoelens over schoonheid, balans, en dergelijke meegegeven. Maar kunst kan júist ook mensen aanspreken als het schuurt. Als het verwarring brengt. Afschuw soms zelfs. Want schoonheid is niet het enige criterium om kunst te waarderen. Het veelgehoorde ‘het moet me raken’ is een heel ander argument dat kan bepalen of een kunstwerk iemand bevalt. En dat is zéker niet voor iedereen hetzelfde. Met al onze verschillende achtergronden en levenservaringen is de beleving van kunst net zo uniek als degene die ernaar kijkt. (Of luistert). Kunst die zich aan de regels houdt, of niet.

Platen luisteren en platen kijken
Vergelijk het maar eens met muziek. Daarbij is het vaak best duidelijk waar je voorkeur ligt. Klassiek, blues, pop, jazz, R&B, trance, enz. enz. En het is heel gangbaar dat meer dan één genre je aanspreekt. Misschien wel afhankelijk van je humeur. Of passend bij plaats en tijd. Visuele kunst kent nét zoveel stijlen. Weet jij waar je van houdt?

Kies bewust?
Wat is jóuw kader? Wanneer vind jíj een kunstwerk fijn? Of geslaagd? Dat is de leidende vraag wanneer je begint met het maken van een intuïtief kunstwerk. Een schilderij vanuit je gevoel. Welke elementen wil je toepassen? Welke kleuren? Welke compositie? Welke lagen, vormen, bewegingen? Wat komt er op het doek als je spontaan te werk gaat? Als je het maken van zo’n werk rationeel bekijkt kun je overweldigd worden door alle keuzes die je bij elke penseelstreek te maken hebt. (Als je er tenminste voor gekozen hebt om met een penseel te werken …). Bij intuïtief schilderen is het dus nog steeds handig om een rugzakje technische kennis en vaardigheden te hebben over je ‘gereedschap’. En ervaring met de werking van bepaalde kleuren, verfsoorten, ondergronden, penselen, net als van compositie enz. maakt het makkelijker om je gewenste resultaten (bijvoorbeeld een bepaalde stijl, of sfeer) te bereiken, door vanaf het begin keuzes te maken die die richting in leiden.

Dat wil niet zeggen dat je zonder die kennis óók niet ergens uitkomt, maar dezelfde plek bereik je dan meer door toeval dan door kennis. En mogelijk via omwegen.

Op die fiets
Zie het als fietsen: je moet het eerst – al doende – leren en dan kun je kiezen op welke fiets, waarnaartoe, hoe snel, en via welke je route je rijdt. En als je naast het ‘bedienen’ van je fiets ook de nodige geleerde regels toepast, kun je er een stuk zekerder van zijn dat je zonder brokken je reis voltooit…

Chocolademelk aan de waslijn
Een andere benadering kan ook zijn dat je – ongehinderd door kennis – gewoon lekker gaat uitproberen waar je zin in hebt. Kijken wat het doet. Wat als? Ik die ene klodder verf nou eens zó uitsmeer en er dan met een vork doorheen kras? Of er papier op plak? Of mijn doek achterstevoren gebruik en dan een jaar doordrenkt met sinaasappelsap en chocolademelk in de zon te drogen hang? Ik noem maar een zijstraat. Alles kan. ‘Wat als’ is misschien wel de beste vraag om te onthouden als je intuïtief schilderen wil ervaren. Het biedt vrijheid. Opent mogelijkheden. Haalt druk weg, want je bent aan het experimenteren zonder dat je weet wat eruit volgt. Je gaat spelen. En tijdens het spelen steek je een heleboel op over het schilderen, ongeacht of het resultaat naar je zin is. Superwaardevol!

Oefening baart … eh… kunst
Wil je wel een bepaald resultaat bereiken? Grofweg een vooraf gekozen richting inslaan? Bijvoorbeeld schilderen in een gewenste stijl of sfeer, misschien geïnspireerd door kunst van iemand anders? Ja dán, dan komt een portie techniek, kennis én ervaring wel van pas. Je komt erachter dat je het niet redt met ‘dat kan mijn kind van vijf ook’. Leren en oefenen dus. Meters maken. En gaandeweg is de kans groot dat je je éigen stijl ontdekt of ontwikkelt. Jouw unieke handschrift.

Experimenteren kun je leren
Dit is waarvoor ik mijn eerste schilderlessen heb samengesteld: een kennismaking met intuïtief schilderen (schilderen vanuit je gevoel), waarbij je enerzijds op zoek gaat naar wat jou aanspreekt. En anderzijds een stuk(je) techniek leert over materialen en regels. Om af te tasten wat jou het beste past. Regels hanteren, of juist loslaten. En vervolgens je eerste schilderexperiment op het doek uit te voeren.

Zit je in routines vast? Zoek je een creatieve manier om los te komen van het maken van rationele, vertrouwde keuzes? Wat als … je een korte kennismakingscursus ‘Schilderen vanuit gevoel’ zou volgen? ;)