Ik verkoop mijn ziel
Als zelfstandig beeldend kunstenaar bewandel je een curieus commercieel pad. Aan de ene kant is alles wat je maakt erop gericht om vooral authentiek, uniek, origineel, creatief te zijn. Aan de andere kant wil je ook kunnen leven van wat je maakt en ben je blij als je iets creëert wat ‘de mensen’ willen hebben. Maar wat wíllen die mensen dan hebben? En weten ze dat zelf ook?
Deels. Er zijn trends. Er zijn bewegingen. Periodes waarin veel mensen een hang naar vergelijkbare uitingen hebben. Zo werden de afgelopen jaren in de Nederlandse kunst gekenmerkt door veel tamelijk donkere, stemmige, werken. De oude meesters herleefden, het interieur werd een plek om je terug te trekken, om te cocoonen. De corona-tijd hielp daar vast bij: ieder z’n eigen warme, knusse holletje. Onder het toeziend oog van Rembrandt, Vermeer en veel – heel veel – Schotse Hooglanders.
Niks mis mee. Ik vind het ook mooi. Maar mijn binnenste piept heel wat andere kanten op via mijn penseel. In 2020 begon dat vanuit intuïtief schilderen met kleurrijke, dynamische schilderijen. Die moesten er kennelijk uit, ook tot mijn eigen verrassing. En nog steeds, gelukkig. Maar vorig jaar ontdekte ik ook een andere kant op het doek. Verstilling. Ingetogenheid. Niet nieuw voor mijzelf dat die kant er ook is, maar wel nieuw dat die er plotseling zo makkelijk uitrolde in mijn kunst. Ik geniet er net zo van als van het maken van de uitbundige exemplaren. En ik wissel het maken ervan af, naar gelang mijn stemming. In al mijn werken komt hoe dan ook een stukje van mezelf terecht.
Je kunt je misschien voorstellen dat het tonen van je kunst aan de buitenwereld best een spannende aangelegenheid kan zijn. Je stelt je kwetsbaar op. ‘Kijk eens wat ik gemaakt heb!’ En daar komen reacties op. Of vragen over. Meningen. Oordelen. Of misschien zelfs oorverdovende stilte. En elke reactie vanuit de unieke context van degene die hem geeft. Soms is iemand een kunstkenner en voorziet je van technische feedback. (Af en toe neem ik die aan en soms leg ik die netjes opgevouwen naast me neer en doe er misschien later nog wel iets mee). Soms ook zijn mensen géén kunstkenner en geven ze technische feedback… En vaak worden er geïnteresseerd vragen gesteld over hoe een werk tot stand is gekomen. Hoe ik een bepaald resultaat bereikt heb. Maar veruit de meeste gesprekken die ik over mijn kunstwerken heb gaan over wat een werk met iemand doet. Wat erin opvalt, aanspreekt, of juist niet aanspreekt. Dat vind ik de leukste gesprekken en ik ben er het nieuwsgierigst naar. Want tot dan toe was een werk alleen van mij. Maar zodra ik het deel met de wereld wordt het ook een beetje van degene die ernaar kijkt.
‘Creating smiles’ is mijn motto, zoals je op mijn website leest. Maar ook een bredere beschrijving zou goed passen bij wat ik wil bereiken: creating feelings. Ik wil graag dat mijn schilderijen iets teweeg brengen bij mensen. Dat hoeft geen wereldschokkend grote verschuiving te zijn. Nee juist de subtiele kleine momenten waarbij iemand zich realiseert dat hij/zij/… bij het kijken naar mijn werk zich plotseling een beetje anders voelt. Geraakt wordt. Verrast wordt. Of moet lachen. Er gaat geen expositie voorbij of ik hoor mensen zeggen dat ze ‘meteen vrolijk worden’ van mijn kleurrijke schilderijen. En dat ze in het echt nog veel sprankelender zijn dan vanaf een scherm. En inmiddels is er met mijn nieuwe fotorealistische kunst ‘verwarring’ bij gekomen: je ogen zien een schilderij, terwijl de hersenen een foto of 3D-beeld registreren. Een kleine mindgame speelt zich af. Alsof je met een VR-bril op iets wil grijpen voor je neus dat er in werkelijkheid helemaal niet is.
Ik vind dat magisch. Dat ik op een plat vlak een beeld kan scheppen dat daadwerkelijk emoties beïnvloedt. Of hersenen fopt. Alleen maar doordat iemand er naar kijkt. Mijn missie om de wereld een beetje mooier te maken houdt niet op bij het schilderen van een fijn plaatje. Die plaatjes zijn een middel om ménsen te beïnvloeden. Op een positieve manier liefst. Met humor, troost, ontsnapping, rust, verwondering, ontroering, enz. En af en toe wordt iemand zelfs een beetje verliefd op een werk. En overweegt een aankoop. Ook dát vind ik bijzonder. Dat iemand iets dat uit mijn binnenste gerold is om zich heen wil hebben om vaker naar te kijken. En hier loopt dan dat curieuze commerciële pad. Want ja, natuurlijk wil ik graag mijn schilderijen verkopen! Op die manier kan ik er namelijk nog veel meer blijven maken! Maar het zijn geen pakken suiker. Of plantengieters. Uitwisselbaar, vervangbaar. En als het óp of stuk is koop je wel een nieuwe. Met als reclame: ‘Koopt mijn waar’.
Een schilderij kan deel gaan uitmaken van je dagelijks leven. Een vast gegeven worden binnen je gezin. Een memorabel cadeau zijn voor iemand anders, of voor jezelf. Het kan een tijdperk gaan vertegenwoordigen door herinneringen, associaties of gevoelens die het oproept. Dat zijn geen kleine dingen. En daarom vind ik het ook belangrijk dat iemand de ruimte krijgt om de aankoop van zo’n werk rustig af te wegen. Om het te overdenken, maar ook om vanuit gevoel te kunnen kiezen en beslissen. Zonder druk. Zonder commercieel praatje van mij. In elk werk zit immers een stukje van mezelf. Wel zo fijn als dat ergens terecht komt waar het echt welkom is en gekoesterd wordt. En als dat allemaal op zijn plek valt, dán verkoop ik je graag mijn ziel. 😉